Wat is er zo speciaal aan Greenville? Nu, niets en dat maakt het juist zo aantrekkelijk. Bij het binnenrijden van Greenville merkt u het al. Het is niet te groot, niet te klein (ongeveer 46.000 inwoners) en al helemaal niet bijzonder. Greenville geeft geen grootse culturele of historische bezienswaardigheden, het omringende landschap kan moeilijk opwindend worden genoemd, kortom, een average town. Niettemin geld voor het stadje wat geldt voor het hele Zuiden van de Verenigde Staten: het is different.
Greenville ligt aan de Mississippi River, in Washington County, een van de armste counties in de Verenigde Staten. Dit is het gebied wat The Delta wordt genoemd, de bakermat van de blues. Highway 61, the “Blueshighway” loopt van New Orleans naar Memphis, via Clarksdale en langs Greenville. B.B. king , Muddy Waters, Charlie Patton en Robert Johnson kwamen uit de Delta van de Mississippi. Ze zongen over het harde bestaan van de zwarte inwoners van Mississippi, onder de slavernij en later onder de segregatie, die van zwarte tweederangs burgers maakte.
In Greenville zelf is tegenwoordig weinig te merken van de machtige rivier. Sinds de grote overstromingen van 1927 is er een enorme dijk langs de wispelturige rivier gebouwd, de Levee. Nu het met zijn rug naar de rivier ligt, heeft de stad zich steeds meer afgewend van de rivier, althans fysiek. Niet economisch, als i de oude katoenoverslag niet meer belangrijk. En ook de duwboten die enorme hoeveelheden graag van het Midden Westen naar de wereld voerden, zijn sinds de graanboycot van de Sovjet Unie in 1980 verdwenen (na de inval in Afghanistan). Toen verdwenen van de ene op de andere dag de vele tugboats van de rivier.
Maar de haven van Greenville, nu in een oude bocht van de rivier gelegen, is economisch nog steeds belangrijk voor de stad. Maar verdere uitbreidingen, zowel qua woningen als bedrijven, komen steeds verder van Downtown te liggen. De ontwikkeling geschiedt in de suburbs, met ertussenin stukjes ongecontroleerde wildgroei, urban sprawl.
De inwoners van Greenville zijn voor zeventig procent African-American en dat bepaalt de verhoudingen in de stad. De staat Mississippi heeft een bijzonder onaangename geschiedenis van racisme. Na de burgeroorlog was de slavernij dan wel afgeschaft, maar de segregatie en de uitwassen daarvan, inclusief lynchings en mensonwaardige armoede, maakten het leven in Mississippi behoorlijk onaantrekkelijk. De erfenis van eeuwen geschiedenis ligt als een deken over de stad en de staat. Dat is te merken in de woonwijken, en ook in openbare voorzieningen, zoals het onderwijs, al spant de overheid zich bijzonder in om daaraan wat te verbeteren.
In de jaren vijftig vond een grote migratie plaats van voornamelijk zwarte laaggeschoolde katoenplukkers uit het Zuiden naar de ste...
Wat is er zo speciaal aan Greenville? Nu, niets en dat maakt het juist zo aantrekkelijk. Bij het binnenrijden van Greenville merkt u het al. Het is niet te groot, niet te klein (ongeveer 46.000 inwoners) en al helemaal niet bijzonder. Greenville geeft geen grootse culturele of historische bezienswaardigheden, het omringende landschap kan moeilijk opwindend worden genoemd, kortom, een average town. Niettemin geld voor het stadje wat geldt voor het hele Zuiden van de Verenigde Staten: het is different.
Greenville ligt aan de Mississippi River, in Washington County, een van de armste counties in de Verenigde Staten. Dit is het gebied wat The Delta wordt genoemd, de bakermat van de blues. Highway 61, the “Blueshighway” loopt van New Orleans naar Memphis, via Clarksdale en langs Greenville. B.B. king , Muddy Waters, Charlie Patton en Robert Johnson kwamen uit de Delta van de Mississippi. Ze zongen over het harde bestaan van de zwarte inwoners van Mississippi, onder de slavernij en later onder de segregatie, die van zwarte tweederangs burgers maakte.
In Greenville zelf is tegenwoordig weinig te merken van de machtige rivier. Sinds de grote overstromingen van 1927 is er een enorme dijk langs de wispelturige rivier gebouwd, de Levee. Nu het met zijn rug naar de rivier ligt, heeft de stad zich steeds meer afgewend van de rivier, althans fysiek. Niet economisch, als i de oude katoenoverslag niet meer belangrijk. En ook de duwboten die enorme hoeveelheden graag van het Midden Westen naar de wereld voerden, zijn sinds de graanboycot van de Sovjet Unie in 1980 verdwenen (na de inval in Afghanistan). Toen verdwenen van de ene op de andere dag de vele tugboats van de rivier.
Maar de haven van Greenville, nu in een oude bocht van de rivier gelegen, is economisch nog steeds belangrijk voor de stad. Maar verdere uitbreidingen, zowel qua woningen als bedrijven, komen steeds verder van Downtown te liggen. De ontwikkeling geschiedt in de suburbs, met ertussenin stukjes ongecontroleerde wildgroei, urban sprawl.
De inwoners van Greenville zijn voor zeventig procent African-American en dat bepaalt de verhoudingen in de stad. De staat Mississippi heeft een bijzonder onaangename geschiedenis van racisme. Na de burgeroorlog was de slavernij dan wel afgeschaft, maar de segregatie en de uitwassen daarvan, inclusief lynchings en mensonwaardige armoede, maakten het leven in Mississippi behoorlijk onaantrekkelijk. De erfenis van eeuwen geschiedenis ligt als een deken over de stad en de staat. Dat is te merken in de woonwijken, en ook in openbare voorzieningen, zoals het onderwijs, al spant de overheid zich bijzonder in om daaraan wat te verbeteren.
In de jaren vijftig vond een grote migratie plaats van voornamelijk zwarte laaggeschoolde katoenplukkers uit het Zuiden naar de steden in het noorden, op zoek naar werk in de industriële centra zoals Chicago en Detroit. Economisch gezien raakte het Zuiden tientallen jaren achterop door zijn achterlijke sociale structuur en wankele economie. Sinds de jaren zeventig heeft het economische gebeuren zich meer naar het Zuiden verplaatst, al heeft Mississippi daarvan nog niet echt de vruchten geplukt. Wel komen er steeds meer zwarten terug uit de grote noordelijke steden, waar de banen ook niet voor het opscheppen liggen en de leefomstandigheden vaak veel onaantrekkelijker zijn dan in het warme, vriendelijke Zuiden.
Het oude en het nieuwe Zuiden staan in Greenville niet ver van elkaar. Da Barbecue langs de kant van de weg hoort daarbij, traditioneel favoriet voedsel van zowel blank als zwart. Ironisch genoeg is de afstand tussen de rassen groter bij de gewone mensen dan bij de upper class en de groeiende middenklasse. Het onderwijs helpt daar niet echt aan mee: de verschillen tussen openbaar en privé onderwijs werken blijvende scheiding in de hand.
In de praktijk zijn de scheidslijnen binnen Greenville vooral van sociaal / economische en niet van raciale aard. Zwarten met een goede opleiding en goed werk zijn in alle gelederen van de gemeenschap vertegenwoordigd en wonen in “gemengde” wijken. Ze nemen ook veel van de leidinggevende posities in – medici, gemeenteraad, politie en dergelijke. Niettemin is de oude, klassieke Zuidelijke levenswijze met een soort vanzelfsprekende klasse, nog altijd het domein van de Blake upper class. Het succes van de zwarte middenklasse is er wel meer blijft verhoudingsgewijs gering, en de zwarte gemeenschap kent een buitenproportioneel aantal armen. Een groot probleem is dat het de zwarte gemeenschap ontbreekt aan coherent leiderschap: nogal wat zwarte leiders proberen vooral hun eigen positie te versterken en cultiveren het historische slachtofferschap van hun gemeenschap. Dit leidt aan de zwarte kant tot structurele apathie en tot irritaties bij de mensen die er wel stevig aan trekken.
Banken, advocatenkantoren en andere diensten zijn vooral in Downtown gevestigd. Daarmee hoopt men dat de oude stad weer wat meer leven krijgt ingeblazen – er is nu ook sprake van lofts, zodat meer mensen downtown gaan wonen.
Volgens zwarte activisten geldt: “You white men owe me a living”. Daarentegen vindt een blanke zakenman juist: “They are making us pay for our grandfathers sins – but they are getting nothing out of it”. En zwart én blank weten allebei hoe het in elkaar zit: “White men control the money, black men control the elections”.
De drijvende casino’s (ze mogen alleen op boten gevestigd zijn) verschaffen weliswaar veel werk maar dat is vooral onopgeleid en laag betaald. De revenuen van de gokinkomsten verdwijnen naar andere staten en van substantiële investeringen in Greenville is geen sprake. Bovendien is er het gevaar van importeren van gokverslaving, waarvoor arme mensen uiterst gevoelig zijn: “every gambler is gonna be a loser”. Toch is Greenville blij met de werkgelegenheid en het leven dat de casino’s in downtown brengen – en hij koppelt investeringen in de gokindustrie aan de eis van investeringen op de wal, zodat de stad ook een graantje meepikt.
Geen tafel of stoel is er gelijk. De muren en het plafond zijn er geelbruin, de planken vloer is vettig. Hier heerst sinds mensenheugenis – een bewust - achterstallig onderhoud. Je komt door de keuken binnen en eigenlijk is dat wat Doe’s Eat Place is: een familiekeuken waarin je eet. Ooit was deze keuken een honky tonk, een bar annex restaurant met live muziek, alleen toegankelijk voor zwarten, in het midden van de nog steeds overwegend zwarte Nelson Street. Rond 1941 gaf iemand Mamie “Doe”Signa het recept voor Hot Tamales, een in maïsbladeren gedraaid mengsel van maïs en gehakt, gekookt in hete olie. Een lokale arts kwam zo nu en dan eten. Hij nam een andere arts mee, vervolgens een advocaat en sindsdien zit Doe’s avond aan avond vol met een voornamelijk blanke clientèle. De perfect bereide steaks zijn te groot voor de borden, het eten is notoir slecht voor de kransslagaders, de vriendelijkheid van de broers Charles en Little Doe legendarisch en de rekeningen die een lieve bejaarde dame voor je uitschrijft, konden licht de indruk geven dat je in een viersterren restaurant hebt gegeten.