Een enorme tuin Savannah's grootste attractie is gewoon de stad zelf. Savannah, dat 143.000 inwoners heeft, noemt zichzelf een van de ‘Top Tien Wandelsteden In De Verenigde Staten' en dat lijkt een goede schatting. Kriskras Savannah van de Oglethorpe Bench naar Oglethorpe Avenue naar Oglethorpe Square naar de Oglethorpe Club en naar het monument van Oglethorpe, James; en je passeert niet alleen de woonhuizen van overleden twintigste-eeuwse literaire iconen als Flannery O'Connor en Conrad Aiken maar ook die van veel langer geleden gestorven lui, die duidelijk niet bang waren met hun vele geld te pronken middels vaak grote en bijna altijd smaakvolle villa's en herenhuizen.
Het zijn niet van die houten kasten met de enorme veranda's waar het Zuiden bekend om staat, maar vaak huizen van steen en pleisterkalk, soms met veranda's maar vaker met een façade die door trappen en balkons wordt gedomineerd. De aan elkaar gebouwde herenhuizen, meestal drie hoog en soms met erkers, liggen aan de stoep, vaak met twee stel trappen, links en rechts, langs de voorkant van het huis, die bij een plateau voor de voordeur op de tweede verdieping bij elkaar komen; onder de trappen leidt dan een deur naar de eerste verdieping of een souterrain.
De grotere, vrijstaande villa's liggen rond Savannah's vele kleine parken en hebben een tuin rond het huis. De trappen zijn hier niet zelden halve wenteltrappen. Overal is er smeedijzer, van strak deco-achtig werk tot uitvoerig maar kunstig gefriemel. Het doet koloniaal aan, ook vanwege de bomen. De bomen, die van sommige straten prachtige lanen maken waar je je gemakkelijk rijtuigjes kunt voorstellen vol met meiden in hoepelrok en bakkebaardige, wellicht bepruikte heren. Het is net een openluchtmuseum van relatief sobere maar elegante achttiende-eeuwse huizen en van tierelantijntjes voorziene negentiende-eeuwse Victoriaanse architectuur. De bomen en struiken, niet alleen eiken met Spaans mos maar ook karnoelje en oleanders en azalea's en andere uitbundige flora, maken van Savannah eigenlijk een enorme tuin. In vergelijking met sommige andere steden is Savannah een oases in de vaak kale grijze lelijkheid, zo kenmerkend voor veel Zuidelijke steden, wier ontwikkeling dateert van na de Tweede Wereldoorlog.
De onlangs gerenoveerde Quality Inn Midtown is gelegen bij een winkelcentrum met meer dan 100 winkels en 100 restaurants op slechts enkele minuten. Het hotel ligt op loopafstand van Oglethorpe Mall en is slechts een korte rit van de Savannah / Hilton Head International Airport.
The Inn at Ellis Square Historic District is gelegen in het hart van het historische Savannah, grenzend aan de historische River Street en de City Market gebied met vele restaurants, winkels, clubs en kunst ateliers.
Het gekriskras door Savannah maakt ook meteen duidelijk wie aan de basis stond van al het schoons: James Oglethorpe. De Engelse generaal en gevangenishervormer overtuigde Koning George II ervan een nieuwe kolonie genaamd ‘Georgia' te stichten ten Zuiden van South Carolina. Als leider van een scheepslading mannen, vrouwen, kinderen, varkens, kippen, geiten en ganzen arriveerde hij in 1733 aan de monding van de Savannah, waar opperhoofd Tomochichi van de Yamacraw Indianen het gezelschap toestemming gaf zich te vestigen. Oglethorpe ging meteen aan de slag. Hij stichtte Georgia en ontwierp Savannah als een uniek symmetrisch raster van haaks op elkaar liggende brede boulevards en nauwere zijstraten, waarbij om de paar honderd meter het stratenplan wordt onderbroken door een vierkant park waar de straten traag omheen lopen.
Oglethorp was geïnspireerd door zeventiende-eeuwse Londense wijken en nadat hij zelf het eerste deel met vier parken had aangelegd, werd zijn ontwerp voortgezet totdat er 24 parken waren. Daarvan zijn er nog 21 over. Het leverde hem een beeld op midden in Chippewa Square. Een hoop van de parken hebben beelden van lieden die het blijkbaar verdienen, zij het dat Savannah verder naar het zuidoosten, richting zwarte wijk, naar het schijnt met een gebrek aan verdienstelijk volk werd geconfronteerd. Niet alleen zijn er hier geen beelden maar de parken zijn ook minder groots - alhoewel, vanwege Oglethorp's strakke plan, niet minder groot - en hebben ze Crawford Square gewoon veranderd in een speeltuintje en basketbalveld.
De Victoriaanse huizen van rond de eeuwwisseling zijn hier ook kleiner, veelal wel van hout, minder fraai gerestaureerd of zelfs vervallen, maar toch elegant. Even verder liggen de monotone woningwetwoningen, de enclaves waar veel van Savannah's arme zwarten gingen wonen nadat de renovatie van de oude historische buurten de huren te hoog maakte, waarna ze werden vervangen door rijkere, meestal blanke huurders en kopers. De zwarte dichter Aberjhani is er niet gelukkig mee. In tegenstelling tot Savannah's architecturale juwelen, die, zo dichtte hij in 1997, schaamteloze huichelarij versieren, is dat stukje geschiedenis niet gepreserveerd. Want de levens van deze mensen, stelde hij met reden, weerspiegelden nu eenmaal niet die van het vlinderdasjesvolk dat waardig werden bevonden voor Berendt's boek.
Sociaal gestoord Grote kans dat u hoort over de plek waar “de moord gepleegd is”. ‘De moord' is die in John Berendts in 1994 gepubliceerde bestseller Midnight in the Garden of Good and Evil. Het boek is tegelijkertijd een misdaadverhaal en een antropologische reportage over de sociale gestoordheid van het Amerikaanse Zuiden, in dit geval van Savannah's decadente blauwbloederigen, de decadente plaatselijke parvenu's, de jonge redneck waar velen, mannen en vrouwen, het mee deden, en de voodoo-priesteres die sommigen om middernacht op een begraafplaats bezochten voor advies. Want let wel, Savannah's aristocratische zelfverzekerdheid uit zich in een vunzig onderbuikje dat nauwelijks verhuld wordt, zij het niet openlijk erkend, waarin bijvoorbeeld iedereen weet maar verzwijgt dat de dame op stand het doet met haar chauffeur en waarin alcohol en feestjes, in die volgorde, altijd voorop staan.
De stadsexcentriciteit wordt onderstreept door een uitbundige homofiele gemeenschap met een van de meest vooraanstaande drag queen shows in het Zuiden, in Club One. Er is een gerenommeerde kunstacademie en er zijn zeelieden alsmede soldaten van nabijgelegen militaire bases. Daarmee komt natuurlijk een bepaald slag volk naar de stad, niet in de laatste plaats de vaak uitstekend uitgedoste en met ringen en diamantjes doorstoken wannabe-kunstenaars. Er is een aanzienlijke zwarte gemeenschap, veelal arm maar met haar eigen aristocratie. Dan is er natuurlijk de ‘doorsnee' blanke middenklasse, die zichzelf waarschijnlijk beschouwt als ‘De Normale Amerikanen'.
‘Savannah', scheef schrijfster en dichteres Rosemary Daniell in 1985 in Sleeping with Soldiers, ‘is een stad waar alles - aristocratie, historische architectuur, drank, drugs, zelfs bloemen - buitensporig is. Mijn manicure is een transseksueel, mijn tandarts heeft een pistool in zijn laars, en terwijl mijn internist over de onderzoekstafel gebogen staat, heeft hij het over triootjes in Chicago... Het is het soort stad waar je over straat kunt lopen, de telefoon hoort overgaan in een telefooncel, en nadat je opneemt een vreemdeling hoort suggereren dat je elkaar ergens ontmoet voor sex.' Savannah is ook de eerste stad waar de bereisde Daniel kennissen had, van alle rangen en standen, die bij moordprocessen waren betrokken. Want buitensporige drank en sex en gestoordheid gaat gepaard met gewelddadig gestreel, met name ook onder de aristocratie, die Savannah in vroegere tijden een reputatie bezorgde van een stad van duellen.
Magnoliageuren Bestsellerauteur John Berendts wist wel raad met Savannah's soms als fictie aandoende realiteit. Zijn boek was jarenlang niet van de lijsten af te slaan, werd flink vertaald en bracht een vloed aan journalisten uit binnen- en buitenland naar Sava