Opnieuw - of nog steeds - woedt binnen de zwarte gemeenschap de discussie over de beste manier om vooruitgang te boeken: hulp eisen of het zelf doen. Al sinds de Burgeroorlog debatteren zwarte leiders daarover - soms met splijtende verdeeldheid als resultaat. Booker T. Washington koos nadrukkelijk voor zelfhulp en zette in 1881 een instituut op waar zwarten de kennis en vaardigheden konden verwerven om zichzelf te helpen: Tuskegee Institute in Alabama. Wie tegenwoordig de campus bezoekt, krijgt een fascinerende rondleiding door de geschiedenis van zwart Amerika. Tuskegee is een naam die staat voor nogal wat zaken van geheel verschillende aard. Zo is er het beruchte syfilisexperiment, waarin de Amerikaanse regering tussen 1932 en 1972 ruim vierhonderd arme, veelal analfabete zwarte syfilispatiënten uit Tuskegee en omgeving bewust niet behandelde. Patiënten die niet eens wisten wat hen mankeerde, werden in al hun ellende tot op de autopsietafel geobserveerd. De medische wetenschap was op de hoogte, maar het experiment werd pas gestaakt nadat de media er lucht van hadden gekregen.
Tuskegee staat ook voor de Tuskegee Airmen, de 'Schwartze Vogelmenschen', zoals Duitse piloten hen tijdens de Tweede Wereldoorlog noemden. Het zwarte gevechtseskader van het toen naar ras gescheiden Amerikaanse leger werd opgeleid in Tuskegee. Tijdens hun meer dan tweehonderd missies verloren de Airmen geen enkele bommenwerper, een staat van dienst waarop geen enkel ander eskader kon bogen.
Maar bovenal staat Tuskegee voor Tuskegee Institute en zijn oprichter, Booker T. Washington, bij zijn dood in 1915 's lands meest vooraanstaande zwarte leider. Bij de universiteit hoort ook onverbrekelijk haar beroemdste geleerde, de in 1943 overleden George Washington Carver. En bij Tuskegee horen ook Carvers pinda's en sweet potatoes.
'Booker T. en Carver waren de enige zwarten waarover scholieren, die in de jaren zestig en zeventig in het Zuiden opgroeide, iets te horen kregen. Blanken beschouwden Washington en Carver als 'goede zwarten', die hun plaats kenden. Zij probeerden het lot van de arme zwarten in het Zuiden te verbeteren door middel van ambachtelijk onderwijs en agrarische vernieuwing, niet door politieke gelijkheid te eisen.
Zij waren geen Frederick Douglass, de gevluchte slaaf, die in het midden van de vorige eeuw als journalist het voortouw nam in de strijd tegen slavernij. Zij waren ook geen W.E.B. Du Bois, de zwarte activist en intellectueel, en Washingtons belangrijkste rivaal, die politieke gelijkheid en academische vorming eiste voor zwarten. Zij waren zelfs geen Martin Luther King Jr., wiens aanhangers blanke zuiderlingen met geweldloze acties het mes op de keel zetten.
Nee, Booker T., de voormalige slaaf, stichtte als 24-jarige in 18...
Opnieuw - of nog steeds - woedt binnen de zwarte gemeenschap de discussie over de beste manier om vooruitgang te boeken: hulp eisen of het zelf doen. Al sinds de Burgeroorlog debatteren zwarte leiders daarover - soms met splijtende verdeeldheid als resultaat. Booker T. Washington koos nadrukkelijk voor zelfhulp en zette in 1881 een instituut op waar zwarten de kennis en vaardigheden konden verwerven om zichzelf te helpen: Tuskegee Institute in Alabama. Wie tegenwoordig de campus bezoekt, krijgt een fascinerende rondleiding door de geschiedenis van zwart Amerika. Tuskegee is een naam die staat voor nogal wat zaken van geheel verschillende aard. Zo is er het beruchte syfilisexperiment, waarin de Amerikaanse regering tussen 1932 en 1972 ruim vierhonderd arme, veelal analfabete zwarte syfilispatiënten uit Tuskegee en omgeving bewust niet behandelde. Patiënten die niet eens wisten wat hen mankeerde, werden in al hun ellende tot op de autopsietafel geobserveerd. De medische wetenschap was op de hoogte, maar het experiment werd pas gestaakt nadat de media er lucht van hadden gekregen.
Tuskegee staat ook voor de Tuskegee Airmen, de 'Schwartze Vogelmenschen', zoals Duitse piloten hen tijdens de Tweede Wereldoorlog noemden. Het zwarte gevechtseskader van het toen naar ras gescheiden Amerikaanse leger werd opgeleid in Tuskegee. Tijdens hun meer dan tweehonderd missies verloren de Airmen geen enkele bommenwerper, een staat van dienst waarop geen enkel ander eskader kon bogen.
Maar bovenal staat Tuskegee voor Tuskegee Institute en zijn oprichter, Booker T. Washington, bij zijn dood in 1915 's lands meest vooraanstaande zwarte leider. Bij de universiteit hoort ook onverbrekelijk haar beroemdste geleerde, de in 1943 overleden George Washington Carver. En bij Tuskegee horen ook Carvers pinda's en sweet potatoes.
'Booker T. en Carver waren de enige zwarten waarover scholieren, die in de jaren zestig en zeventig in het Zuiden opgroeide, iets te horen kregen. Blanken beschouwden Washington en Carver als 'goede zwarten', die hun plaats kenden. Zij probeerden het lot van de arme zwarten in het Zuiden te verbeteren door middel van ambachtelijk onderwijs en agrarische vernieuwing, niet door politieke gelijkheid te eisen.
Zij waren geen Frederick Douglass, de gevluchte slaaf, die in het midden van de vorige eeuw als journalist het voortouw nam in de strijd tegen slavernij. Zij waren ook geen W.E.B. Du Bois, de zwarte activist en intellectueel, en Washingtons belangrijkste rivaal, die politieke gelijkheid en academische vorming eiste voor zwarten. Zij waren zelfs geen Martin Luther King Jr., wiens aanhangers blanke zuiderlingen met geweldloze acties het mes op de keel zetten.
Nee, Booker T., de voormalige slaaf, stichtte als 24-jarige in 1881 Tuskegee Institute, om zwarten te leren huizen te bouwen, het land te bewerken, ijzer te smeden en, in het algemeen, voor zichzelf te zorgen. Carver, geboren in het laatste jaar van de Amerikaanse Burgeroorlog, bevorderde de teelt en consumptie van pinda's, sweet potatoes en andere inheemse maar weinig benutte voedzame gewassen, waardoor het dieet van de sterk ondervoede, zwarte boerenbevolking enorm verbeterde. Met zijn pinda's ontwikkelde hij een goedkope bron voor proteïne, als alternatief voor het meestal te dure vlees.
Comfort Suites Montgomery bevindt zich in Montgomery, dicht bij Montgomery Museum of Fine Arts, Blount Cultural Park en Carolyn Blount Theatre. Verder bevinden zich in de buurt Eastdale Shopping Mall en Auburn Montgomery.
Hilton garden inn Montgomery east ligt in het stadscentrum dicht bij Blount Cultural Park, Carolyn Blount Theatre en Montgomery Museum of Fine Arts. Een andere bezienswaardigheid in de buurt is Joe L. Reed Acadome.
Ieders droom Het ruim 12.000 inwoners tellende Tuskegee ligt een uurtje rijden ten westen van Alabama's hoofdstad Montgomery, in het straatarme, hoofdzakelijk door zwarten bevolkte Macon County. Een prachtig gelegen universiteit aan de noordrand van de stad, op een uitgestrekte, heuvelachtige vlakte met veel bomen, veel gras en veel auto's.
Meteen als je de campus betreedt, is Booker T. al nadrukkelijk aanwezig, zij het in steen. De achter een ploeg staande Washington trekt een sluier van het hoofd van een slaaf, die vòòr hem op een aambeeld zit en met de ene hand die sluier wegduwt, en met de andere een boek op zijn knieën houdt. 'Booker T. Washington, 1856-1915', zegt het onderschrift, 'hij trok de sluier van onwetendheid af van zijn mensen en wees met onderwijs en nijverheid naar de weg van de vooruitgang.'
'Wanneer ik wil mediteren ga ik naar Booker T. Washingtons standbeeld', zegt de universiteitsarchivaris Daniel T. Williams. 'En dan kijk ik niet naar Booker T., maar naar de hand van de slaaf.'
Man op de gang Tuskegee's rustieke campus is vele malen groter dan je zou verwachten. De 3500 studenten wonen voor een deel op het universiteitsterrein in student dorms, studentenflats. Uiteraard zijn die naar sekse gescheiden, want dit is het conservatieve Zuiden. Jongens en meisjes mogen elkaar alleen tussen 16.00 en 23.00 uur bezoeken in de hal van de dorm, behalve op woensdag wanneer zelfs dat is verboden.
De campus ademt een sfeer van traditie, erfgoed en verleden - Booker T.'s monument is daar maar een onderdeel van. Ook zijn huis is nog te bezichtigen, evenals een van de vliegtuigen van de Airmen. Washington en zijn familie liggen op het terrein begraven. Het George Washington Carver Museum bewaart de herinnering aan Tuskegee's vroegere jaren en het werk van de wetenschapper. Tientallen gebouwen dateren uit de beginjaren van de universiteit. Veel studenten komen hier omdat hun ouders, broers, zussen, neven en nichten er studeerden.
De gebouwen uit de beginperiode werden door de eerste studenten gebouwd, van zelf gemaakte bakstenen. Er was geen geld voor aannemers en bovendien vervulde de bouw een onderwijskundig doel, want Tuskegee was aanvankelijk niet veel meer dan een vak- en ambachtsschool. 'Er zal niets gekocht worden dat de studenten zelf kunnen maken', zegt de Booker T. Washington-figuur in de gedramatiseerde documentaire over zijn leven, te zien in het Carver Museum. 'Het is ons doel de studenten zoveel mogelijk te omgeven met een sfeer van handel en industrie.'
Zwarte universiteiten Oude bakstenen van een afgebrand gebouw worden gebruikt in het in aanbouw zijnde conferentiecentrum. De omvangrijke nieuwbouw toont dat Tuskegee, een van Amerika's meest gerenommeerde zwarte universiteiten, er financieel verhoudingsgewijs redelijk voor staat. Verhoudingsgewijs, want de geschiedenis van de ruim honderd zwarte colleges en universiteiten is er een van armoede, gebrekkige overheidssteun en een permanente worsteling om het academisch niveau op peil te houden. Omdat veel studenten uit de lagere inkomensgroepen komen, hebben ze vaak ook financiële steun van de universiteit nodig.
Overheidsbezuinigingen treffen openbare zwarte colleges harder, omdat ze toch al minder hebben, stelde vorig jaar William H. Gray, de voorzitter van het United Negro College Fund, een instelling die geld inzamelt voor zwarte universiteiten. Zwarte privé-universiteiten krijgen ook minder donaties dan blanke eenvoudigweg omdat oud-studenten - altijd een bron van inkomsten voor hun alma mater - minder verdienen.
Na de desegregatie moesten diverse colleges sluiten, want sinds zwarte studenten ook in het Zuiden op voorheen exclusief blanke universiteiten terecht kunnen, is het percentage dat naar zwarte instellingen gaat gedaald, al lijkt de laatste jaren een ommekeer aan de gang. 'Ik dacht dat ik me op een zwarte universiteit meer thuis zou voelen', zegt NaTasha Taylor. 'Het is bovendien belangrijk jezelf en je ras als een geheel te leren kennen en dat kan beter op een zwarte instelling.' Haar vriendin Lesly Wilson stapte over van de College of Charleston in South Carolina naar Tuskegee. 'Ik vond dat ik lang genoeg naar een blanke school was gegaan, waar me de geschiedenis van iedereen werd geleerd behalve die van mijzelf. Ik realiseerde me dat het tijd werd dat ik mijn eigen geschiedenis leerde kennen.' Sherryl Bester uit Columbus, Ohio, zegt dat ze mensen van haar eigen ras wilde zien uitblinken. 'Op mijn middelbare school werden zwarte leerlingen helemaal niet aangemoedigd om het hoogste niveau te bereiken. Ik wilde ook meer te weten komen over de zwarte cultuur en geschiedenis.'
Deze opmerkingen illustreren de multiculturele trend waarin zwarten en andere Amerikaanse minderheden steeds meer een gelijke plek opeisen in het dagelijks leven, op de werkvloer en in de inhoud van het onderwijs. Veel blanken ervaren echter de vakken in Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis, meer aandacht voor zwarte cultuur, de speciale beurzen voor zwarten en meer zwarte professoren als bedreigend, en het aantal racistische incidenten op Amerika's universiteiten neemt de laatste jaren weer toe.
Veel zwarten vinden het daarom aantrekkelijker zelf ergens tot de meerderheid te behoren. Bovendien werken aan de zwarte instellingen veel gemotiveerder docenten en zorgen de kleinere klassen op de vaak kleine colleges voor een intensiever contact tussen student en docent. Bovendien is Tuskegee voor grote stadskinderen relatief veilig en zijn de verleidingen van drugs en andere zaken beperkt.
Debat tussen zwarte leiders De zwarte colleges en universiteiten - bijna allemaal in het Zuiden - werden na de Burgeroorlog opgericht door blanke en zwarte kerkgenootschappen, individuele filantropen en soms de zuidelijke staten zelf, omdat de vrijgekomen slaven geen toegang kregen tot het blanke onderwijssysteem. Fisk University in Nashville, Tennessee was in 1865 de eerste. Aanvankelijk ging het vooral om middelbare en ambachtsscholen. Later, in de twintigste eeuw, ontwikkelden ze zich van lerarenopleiding tot instellingen van academisch onderwijs.
In 1915 waren er slechts drie volledig academisch georiënteerde zwarte colleges; dertig instellingen boden voor een deel academische vorming. Daartoe behoorde ook Tuskegee, dat rond de eeuwwisseling het middelpunt vormde van het verhitte debat in zwarte, intellectuele kringen over het soort onderwijs dat zwarten moesten krijgen. Dat klassieke debat concentreerde zich op de polemieken tussen Booker T. Washington en W.E.B. Du Bois.
De museumdocumentaire over Washington illustreert diens instelling. 'Ik ben hier niet naartoe gekomen om metselaar te worden', zegt een Tuskegee-student.
'Ah, wat zei jij daar, Williams', vraagt Washington.
Na enig aandringen, herhaalt de jongeman zijn opmerking.
'Ik veronderstel dat je liever ergens anders bent om, eh, Grieks te leren?' antwoordt Washington met het nodige sarcasme. 'Denk jij dat een opleiding daaruit bestaat? Jij komt uit Dothan, Alabama, nietwaar?'
'Ja meneer.'
'Vertel me eens, Williams, zijn er veel Negroes in Dothan die Grieks spreken?'
'Nee meneer, natuurlijk niet.'
'Maar ze hebben allemaal huizen nodig, nietwaar?'
'Die hebben ze heel erg hard nodig', geeft de jongeman toe.
'Hoe denk je dat jij je buurman in Dothan het beste kunt helpen, door Grieks te spreken of door hem te helpen een beter huis te bouwen?'
Washington meende dat zwarten voor alles behoefte hadden aan ambachtelijk, agrarisch en vakonderwijs, zodat ze niet langer als landarbeiders en halve slaven afhankelijk waren van blanken. Bij het werven van fondsen om Tuskegee te beginnen, vertelde Washington aan noordelijke filantropen dat zijn instelling een goede protestantse ar